Geloof jij dat?

2 Timotheus 1

12 Daarom onderga ik ook deze dingen. Maar ik schaam mij niet, want ik weet Wie ik geloofd heb, en ik ben ervan overtuigd dat Hij bij machte is mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot die dag. 13 Houd u aan het voorbeeld van de gezonde woorden, die u van mij gehoord hebt, in geloof en liefde, die in Christus Jezus zijn. 14 Bewaar door de Heilige Geest, Die in ons woont, het goede pand, dat u toevertrouwd is. (2 Timotheus 1:12-14)

Misschien kennen we het programma ‘wie van de drie’, een programma waarin 1 persoon de waarheid spreekt en de twee anderen liegen. De vraag is dan wie geloof je? En op deze manier moeten we het woord geloof ook gebruiken in onze relatie met God. Wie geloof je? Op Wie vertrouw je? Is God een leugenaar, maakt Hij er maar een spelletje van?

Voor Paulus is het duidelijk, hij gelooft God, hij vertrouwt er op dat Hij bij machte is. Paulus vertrouwt er op dat God iets heeft voor hem en hij dat zal ontvangen op die grote dag. Het gemis in dit leven weegt niet op tegen dat wat God voor hem heeft klaarliggen. Paulus ondergaat al deze verdrukking omdat hij werkelijk er op vertrouwt dat het niets is vergeleken met wat er voor hem klaarligt.

Dit is een teken van oprecht geloof. Paulus laat met zijn leven zien dat het menens is voor hem. Wat maakt zo’n nieuwe auto nu uit, waarom moeten we een huis met een zwembad, moeten we echt steeds meer geld vergaren? Geloof jij echt dat God bij machte is om iets klaar te hebben liggen voor jou? Jezus is er heel duidelijk over, er wordt een plek voorbereidt voor ons.

Echt geloof gaat verder dan het vertrouwde riedeltje op onze ‘heilige’ zondag. Geloof is als een zaadje dat in ons hart moet gaan groeien. Het onderwijs van God moet dan een plek vinden in ons leven waardoor er naar gaan handelen. Het vertrouwen op God wordt dan de leidraad voor wat we doen. Laten we werken aan dit geloof, een vertrouwen in een God die niet liegt. Zijn woorden zijn onze enige hoop in dit leven en het eeuwige leven.

Laten we bidden tot de Heilige Geest dat we worden beschermd, dat dit zaadje dat in ons groeit niet zal sterven. Want dat is waar Paulus Timotheus toe oproept. Wees sterk in de Heilige Geest, bescherm jezelf tegen de doorns van deze wereld. Werk samen met de Trooster die altijd bij je is om je op het goede pad te leiden. Dit is niet passief wachten op wat de Heilige Geest gaat doen, maar actief de Heilige Geest betrekken bij jouw leven. Geloof jij dat?

Posted in 55 2 Timotheus | Comments Off

Het zalige leven

2 Timotheus 1

8 Schaam u dan niet voor het getuigenis van onze Heere, en ook niet voor mij, Zijn gevangene, maar lijd met mij verdrukking om het Evangelie, overeenkomstig de kracht van God. 9 Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen, 10 maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie, 11 waarvoor ik aangesteld ben als prediker, apostel en leraar van de heidenen. (2 Timotheus 1:8-11)

Niets weegt op tegen de heerlijke boodschap van het evangelie. In de vorige overdenking hebben we kunnen lezen dat er geen reden is om ons te schamen voor het evangelie en Paulus helpt ons daarbij door ons te wijzen op wat God doet en heeft gedaan. Als wij onze ogen op het heerlijke werk van Jezus richten dan valt elke reden van schaamte van ons af.

Als we deze verzen gebruiken om na te denken over Gods hart, Zijn verlangen en Zijn werken, komen we op een hele mooie plek. God heeft ons namelijk zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping. Hij heeft iets van ons gemaakt dat we niet waren en we zelf ook nooit konden bereiken en daarna heeft Hij ons in die positie een taak gegeven die boven alles uitstijgt, die heilig is.

We moeten kijken naar het leven van Jezus en de kracht waarin Hij wandelde. Soms kijken we een beetje teveel naar de wonderen en tekenen die Hij heeft gedaan, maar als we daarachter kijken, zien we een mens die zalig was. Dan moeten we denken aan al het onderwijs dat Hij aan Zijn discipelen gaf, want dat is het zalige leven waarin hijzelf ook wandelde.

En dat zalige leven van Jezus heeft de dood overwonnen en dat is het leven dat God ook aan ons gegeven heeft. En in dat leven hebben we een heilige roeping ontvangen, een taak die we alleen kunnen volbrengen als we in die zaligheid van Jezus wandelen. Dit is het hele verlangen van God al die tijd geweest, mensen die in dit nieuwe zalige leven wandelen en van daaruit Hem dienen.

Jezus heeft het gebracht, Hij heeft de onvergankelijkheid geopenbaard, het is mogelijk, het is een werkelijkheid dat wij vandaag de dag mogen ervaren. En daar ga we ons niet voor schamen, dat is iets om te omarmen en niet meer los te laten. Dat is het Koninkrijk van God dat wij blijven zoeken in ons leven en niet meer opgeven. En dat moet ons verlangen zijn, juist vandaag.

Posted in 55 2 Timotheus | Comments Off

Schamen? Waarom?

2 Timotheus 1

8 Schaam u dan niet voor het getuigenis van onze Heere, en ook niet voor mij, Zijn gevangene, maar lijd met mij verdrukking om het Evangelie, overeenkomstig de kracht van God. 9 Hij heeft ons zalig gemaakt en geroepen met een heilige roeping, niet overeenkomstig onze werken, maar overeenkomstig Zijn eigen voornemen en genade, die ons gegeven is in Christus Jezus vóór de tijden der eeuwen, 10 maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie, 11 waarvoor ik aangesteld ben als prediker, apostel en leraar van de heidenen. (2 Timotheus 1:8-11)

Schamen is niet slechts een gevoel, het is een handeling waarin we proberen iets te verbergen wat we niet willen laten zien aan de wereld. Op de een of andere manier zijn we bang voor wat mensen over ons zullen denken als ze het wel zien. En dat kan het geval zijn bij ons vertrouwen op God. Want de wereld heeft heel duidelijk laten weten, dat vertrouwen op God achterhaald is.

Het leven van Paulus ziet er radicaal uit, veel mensen zullen niet echt positief over hem hebben gedacht. Het christendom was nog niet geaccepteerd als een echte religie en daarom werd men raar aangekeken. Hier in India zijn christenen ook in de minderheid, ze worden gezien als de minsten op de sociale ladder. Om er echt volmondig voor uit te komen is dus geen pretje, zeker als de familie er niet in meegaat.

In deze situatie is het dus erg gemakkelijk om je te schamen. En Paulus schijnt dan ook een beetje bang te zijn dat Timotheus zichzelf hier tegen wil beschermen. Maar hoe kunnen we hier tegen vechten, hoe kunnen we onszelf stoppen voor het schamen voor het evangelie? Heel makkelijk, gewoon doen wat Paulus hier doet.

Paulus somt namelijk de gigantische werken van God op. Hij wil dat Timotheus daar op gericht blijft, niet kijken naar wat andere mensen zullen gaan denken, maar kijken naar wat God aan het doen is. Want dan valt alle reden voor schamen weg, dan hebben we niets meer te verbergen.

Dit is het antwoord voor onze standvastigheid, dit is het antwoord voor elke aanval op ons leven, Gods heerlijkheid is zoveel groter, Zijn werk in ons leven is zoveel machtiger. Er is geen reden om te twijfelen, er is geen reden om ons te schamen. Een leven in de kracht van God is een leven vol van blijdschap en vrede, omdat Hij aan het werk is in ons. En daarvoor hoeven wij ons niet te schamen, nooit niet.

Posted in 55 2 Timotheus | Comments Off

Genadegave

2 Timotheus 1

6 Daarom herinner ik u eraan de genadegave van God die in u is door de oplegging van mijn handen, aan te wakkeren. 7 Want God heeft ons niet gegeven een geest van vreesachtigheid, maar van kracht en liefde en bezonnenheid. (2 Timotheus 1:6-7)

Zouden we uit deze verzen kunnen concluderen dat als wij wel vreesachtig zijn we op dat moment in ieder geval niet worden geleid door de Heilige Geest? Op de een of andere manier heerst er een soort taboe op de Heilige Geest in onze gemeenten. We schijnen het te hebben, maar we praten er nooit over. En als er over gepreekt wordt dan gaat dat meer in algemene termen, maar het komt niet echt dichtbij.

Zoals Paulus er hier over praat, komt het wel dichtbij. Ten eerste heeft Paulus het over het ontvangen van de genadegave door de oplegging van zijn handen. Blijkbaar vond er een overdracht plaats op het moment dat Paulus voor Timotheus bad en zijn handen op hem legde. Paulus koos er voor op dat moment om Timotheus wat te geven.

Waarschijnlijk had Paulus Timotheus al vele keren aangeraakt, misschien z’n hand geschud of een klop op de schouder, maar dit moment is een geloofsmoment. Paulus had zelf wat ontvangen en dat wilde hij doorgeven in geloof. Hebben wij ook wat dat wij aan andere mensen kunnen doorgeven, zijn wij vol van de Heilige Geest, van Gods genadegave?

Misschien wel, maar dat is niet genoeg, want Paulus heeft het ook over het aanwakkeren van die gaven. Het is niet genoeg om het te ontvangen, daarna moeten we er actief mee aan de gang gaan. En misschien zag Paulus in het leven van Timotheus andere vruchten, vruchten die niets met de genadegave te maken hadden. Paulus heeft het bijvoorbeeld over vreesachtig zijn en dat kan niet als we de Heilige Geest van God in ons leven aanwakkeren.

Want dan wordt de geest een kracht van liefde en bezonnenheid. Sterker nog, op het moment dat de Heilige Geest in ons leven wordt aangewakkerd neemt dat niet onze vrijheid weg, maar het geeft ons juist de vrijheid. We worden niet langer lastig gevallen door negativiteit die ons leven beheerst, maar juist door de vrijheid van ons eigen handelen in de kracht van Gods genade.

Posted in 55 2 Timotheus | Comments Off

Van generatie tot generatie

2 Timotheus 1

5 Daarbij herinner ik mij het ongeveinsde geloof dat in u is en dat eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en in uw moeder Eunike. En ik ben ervan overtuigd dat het ook in u woont. (2 Timotheus 1:5)

In de gemeente in India hebben we veel mensen die later in hun leven de overstap van een ander geloof naar het christendom hebben gemaakt. Wat men kan zien in deze mensen is dat ze heel bewust een keuze hebben gemaakt. Ze hebben bewust gekozen om Jezus te volgen in hun leven. Ze hebben daarbij offers gemaakt, soms de familie moeten verlaten, maar we weten in ieder geval dat ze Jezus oprecht volgen.

Kunnen we wel geboren worden als christen? In de huidige maatschappij lijkt het daar wel op, onze ouders zijn christenen en wij zijn daarom van geboorte af aan ook christen. Veel mensen verlaten de kerk op latere leeftijd omdat ze er dan eigenlijk niets mee hebben. Maar de vraag is of die mensen eigenlijk wel christen zijn geweest. Is het niet zo dat het moment dat ze de keuze maken om niet langer christen te zijn, juist niet dat het moment is waarop men dan de tegenovergestelde keuze maakt?

Maar als we naar deze verzen kijken, dan is Paulus er van overtuigd dat het geloof dat in de grootmoeder en de moeder van Timotheus was ook in Timotheus is. Paulus kon het geloof zien in die mensen, het was duidelijk aan de vruchten van hun leven dat ze God lief hadden boven alles. En dat geloof zal er bij Timotheus ook uit komen.

Als we geboren worden, is het dit geloof dat in ons leeft? We zijn geen volgers van Jezus bij de geboorte, we zijn geen christen bij de geboorte. Er moet een moment van groei zijn in ons leven, het geloof dat in onze ouders is, moet ook in ons groeien. Er moet dan een moment komen dat we kunnen zeggen, het geloof leeft in mij. En dat is de uitdaging die wij aan moeten gaan als ‘christenen’ geboren in een christelijk gezin. Zoals veel mensen de kerk bewust verlaten, moeten wij bewust voor Jezus kiezen. Hem volgen door het geloof, dat in onze ouders is, in ons te laten groeien.

Posted in 55 2 Timotheus | Comments Off

Verbroedering

2 Timotheus 1

4 Wanneer ik aan uw tranen denk, verlang ik er vurig naar u te zien, om met blijdschap vervuld te worden. 5 Daarbij herinner ik mij het ongeveinsde geloof dat in u is en dat eerst gewoond heeft in uw grootmoeder Loïs en in uw moeder Eunike. En ik ben ervan overtuigd dat het ook in u woont. (2 Timotheus 1:4-5)

De affectie waarmee Paulus hier tegenover Timotheus praat is voor veel christenen vreemd. Dit soort affectie zien we het liefst tussen een man en een vrouw en misschien met families, maar of we zoiets in de kerk zullen tegenkomen is maar de vraag. De vraag is of we als christenen niet iets zijn verloren onderweg?

Jezus werd eens geroepen door zijn moeder en broers, maar Jezus antwoordde toen dat de mensen om hem heen zijn moeder en broers waren. En dat is de motivatie achter deze emotionele aanhef. Paulus voelt zich verbonden met Timotheus en dan niet alleen in de religieuze overtuiging maar ook op emotioneel vlak. Hij verlangt er naar om bij Timotheus te zijn, dit verlangen heeft Paulus ook voor de gemeente van Efeze.

En dit is een hele bijzondere les die wij moeten leren. Als gemeente zijn we een lichaam, we zijn verbonden met elkaar, we zijn een familie. De band in de gemeente moet hechter zijn dan welke band dan ook. En dat zien we vooral gebeuren in de eerste gemeente in Jeruzalem, ze deelden alles met elkaar.

Want het meest belangrijke in het leven verbindt ons met elkaar. Het geloof, de liefde voor God, dat is wat boven alles moet staan in ons leven. En dat is wat Paulus zag in de grootmoeder en de moeder van Timotheus. En Paulus weet dat het ook in Timotheus leeft. Hebben wij deze verbroedering in het geloof, in de liefde die we hebben voor God?

En misschien is dat wel het probleem, we raken meer verbroederd met de mensen die interesse hebben in dezelfde voetbalploeg of dezelfde popster, maar echte vriendschap in de gemeente is schaars. Is de liefde voor God werkelijk nummer 1 in ons leven? Is het geloof werkelijk het belangrijkste wat ons bezig houdt? Want alleen dan zullen we dezelfde affectie hebben voor de mensen in onze gemeente.

Posted in 55 2 Timotheus | Comments Off

God dienen

2 Timotheus 1

3 Ik dank God, Die ik van mijn voorouders aan dien met een rein geweten, terwijl ik zonder ophouden aan u denk in mijn gebeden, nacht en dag. (2 Timotheus 1:3)

Dit vers moet onze bekrompen gedachten bevrijden, wij die met de oogkleppen op lopen van onze kerkelijke stroming vergeten dat we een God dienen die de hele aarde geschapen heeft. Wij zitten zo vast in de gedachte dat onze gemeente de beste is, wij voelen ons er zo thuis, maar God zal nooit naar onze religieuze stroming vragen als we voor Zijn troon staan.

Paulus is hier heel duidelijk, hij heeft altijd God gediend. Ook toen hij de christenen aan het vervolgen was, diende hij God. En dat klinkt zo raar in onze oren, hoe kan Paulus die tegen God aan het vechten was nu God dienen? Paulus was er namelijk van overtuigd dat Hij God aan het dienen was toen hij de christenen aan het vervolgen was. Zijn hart was oprecht en vol van passie en met diezelfde passie ging hij na zijn roeping door.

Denk aan de boodschapper die bij Jozua op bezoek kwam. Jozua vroeg hem of hij voor hem was of tegen hem. Het antwoord was veelzeggend, de boodschapper was niet voor hem of tegen hem, de boodschapper diende God. Wij horen niet bij een gemeente, wij horen bij de kerk van Jezus Christus en daar is er maar 1 van.

Er is maar 1 lichaam van Christus en het hangt af van ons hart of we daar bij horen en niet van de gemeente waar we bij horen. Dit moet ons aan het denken zetten. Dienen we God of dienen we een religie, zoeken we Zijn koninkrijk of zoeken we het koninkrijkje van onze gemeente?

Het kerkelijk landschap zou er heel anders uitzien als we God gingen dienen zoals Paulus dat deed. Dan zijn onze ogen namelijk op Hem gericht, we verlangen dan Zijn wil te doen. Hij is de God van hemel en aarde, Hij heeft iedereen geschapen, Hem moeten wij dienen. Hij past niet in ons kerkgebouwtje, Hij heeft geen voorkeur voor onze denominatie, Hij regeert en is op zoek naar mensen die Hem willen dienen.

Posted in 55 2 Timotheus | Comments Off

Door de wil van God

2 Timotheus 1

1 Paulus, door de wil van God een apostel van Jezus Christus met het oog op de belofte van het leven dat in Christus Jezus is, 2 aan Timotheüs, mijn geliefde zoon: genade, barmhartigheid en vrede zij u van God de Vader en van Christus Jezus, onze Heere. (2 Timotheus 1:1-2)

Is jouw leven door de wil van God? Het is misschien een ingewikkelde vraag, want we kunnen niet zo makkelijk aangeven wat nu de wil van God is en wat niet. We leven zoals het leven komt en dan zien we wel waar het schip strand. In het geval van Paulus is dat wat duidelijker, hij was op weg om christenen gevangen te zetten en hij werd gestopt door Jezus, hij werd geroepen om apostel te worden.

Maar Paulus voegt er nog iets aan toe, door de wil van God met het oog op de belofte van het leven in Christus Jezus. Zijn roeping heeft dus alles te maken met de belofte die God heeft gedaan om leven te geven door Jezus. Dat is ook wat we deze dagen vieren, het leven in Christus door Zijn werk aan het kruis en de overwinning over de dood in de opstanding uit het graf.

Paulus werd dus niet zomaar geroepen omdat God het leuk vond om hem een taak te geven. Paulus werd geroepen omdat God hem nodig had voor het werk van die belofte. En daar was Paulus zich van bewust, het gaat niet om hem omdat hij nu zo speciaal is, het gaat om de vervulling van die belofte van het leven in Christus. Vergeet wie Paulus is, vergeet de omstandigheden, kijk naar het verlangen van God met ons mensen.

En als we dat gaan zien dan moeten we weten dat God ook een verlangen voor ons leven heeft. Jezus heeft het al gezegd, de oogst is rijp, maar er zijn te weinig werkers. Paulus was geroepen omdat er een vacature was, zou God ons niet willen roepen? Er is nog zoveel werk te doen.

Staan we open voor de wil van God voor ons leven. Het feit dat we het niet weten heeft niets te maken met een God die maar wat doet. God verlangt naar mensen die gedreven zijn, die passie hebben voor het leven in Christus. Paulus had die passie al voordat hij geroepen werd. Is ons leven door de wil van God?

Posted in 55 2 Timotheus | Comments Off

Siergeloof

1 Timotheus 6

20 O Timotheüs, bewaar het u toevertrouwde pand, wend u af van onheilige, inhoudsloze praat en tegenstellingen van de ten onrechte zo genoemde kennis. 21 Sommigen, die deze kennis verkondigden, zijn van het geloof afgeweken. De genade zij met u. Amen. (1 Timotheus 6:20-21)

Wanneer wijken we af van het geloof? Geloof is een vertrouwen hebben en het geloof komt door woorden die tot ons gesproken worden. Ons wordt verteld dat Jezus voor ons gestorven is, als we hier werkelijk op vertrouwen dan handelen we daar naar. Ons wordt verteld dat we opnieuw geboren worden als we Jezus volgen, als we het werkelijk geloven dan handelen we hier naar.

Het gevaar begint dus op het moment dat er mensen komen die andere dingen er bij verzinnen. Wetjes waardoor we onze redding kunnen verdienen, maar ook valse zekerheid omdat we denken dat de genadeverzekering automatisch alles dekt ook al gaan we nog zo tekeer in onze zonden.

En dat is waar Paulus hier voor waarschuwt, Timotheus moet heel dicht bij de waarheid blijven. Dat heeft niets te maken met een bepaalde studie, het heeft te maken met het verlangen naar de waarheid. Timotheus heeft de waarheid ontvangen en hij weet dat en daar moet hij aan vasthouden.

Op het moment dat er mensen komen met fantastische theorieën dan moet we daar heel voorzichtig mee zijn. Zo gauw de boodschap om de boodschap en de boodschapper zelf draait kunnen we er zeker van zijn dat het leugens zijn. Het evangelie gaat nooit om het evangelie zelf, het gaat altijd om de boodschap voor ons leven. Het kruis van Jezus staat niet op zichzelf als een mooie theorie, maar is de redding voor ons leven. De wedergeboorte is niet een theorie op zichzelf, maar is een boodschap voor de praktijk van ons leven.

Paulus heeft het over inhoudsloos. En het wordt inhoudsloos als de theorie geen effect heeft, praktisch niet haalbaar is. Het geloof wordt dan leeg waardoor er weinig moeite gedaan hoeft te worden om van het geloof af te wijken. Want als we 1 poot onder een stoel vervangen met wat sierstenen leven we in grote onzekerheid.

Posted in 54 1 Timotheus | Comments Off

Onzekerheid van rijkdom

1 Timotheus 6

17 Beveel de rijken in deze tegenwoordige wereld dat zij niet hoogmoedig zijn, en hun hoop niet gevestigd houden op de onzekerheid van de rijkdom, maar op de levende God, Die ons alle dingen in rijke mate verschaft om ervan te genieten; 18 ook om goed te doen, rijk te zijn in goede werken, vrijgevig te zijn en bereid om samen te delen. 19 Zo verzamelen zij voor zichzelf een schat: een goed fundament voor de toekomst, opdat zij het eeuwige leven verkrijgen. (1 Timotheus 6:17-19)

Het klinkt als een contradictie, de onzekerheid van rijkdom. Wie kan nu zoiets zeggen? Met geld schijnt alles te koop te zijn, zelfs organen voor het lichaam. En toch heeft Paulus het hier over de onzekerheid van rijkdom, het kan ons namelijk zo worden afgenomen. Ook al lijkt alles zo vast en zeker, rijkdom is zo vervlogen.

Paulus zet rijkdom in het juiste perspectief, rijkdom is een zegen van God aan ons gegeven. Voor de rijkdom en tijdens de rijkdom moeten we altijd blijven vertrouwen op de levende God. We moeten zeker niet vast komen te zitten aan de rijkdom. We moeten bereid zijn om het los te laten en volledig over te geven aan God.

Want als we dat kunnen, dan zijn we bezig met de echte schat van het leven. Dan gebruiken we de rijkdom niet om maar verder te blijven groeien, maar om juist te werken aan de grootste schat van het leven. De godsvrucht, door het geven met een ruim hart, door rijk te zijn in goede werken.

We moeten rijkdom in het juiste perspectief zien. God geeft, Hij zegent, en wij mogen daaruit leven, in dankbaarheid. Wij mogen die rijkdom laten overvloeien naar de mensen om ons heen. Wij mogen werken aan een vrijgevig hart dat niet vastzit aan de nieuwste auto die we hebben gekocht. En dat hart moeten we laten groeien, sterk laten worden, nu moeten we daaraan beginnen, ook al hebben we nog helemaal niets.

Hebben wij deze zekerheid in ons hart? Staan wij sterk in het verlangen om alleen afhankelijk van God te zijn? Dat is waar wij moeten wandelen, of we nu veel hebben of weinig. De weduwe die een penninkje gaf in de offer doos in de tempel had het begrepen, ook al had ze helemaal niets.

Posted in 54 1 Timotheus | Comments Off